logo
logo

Zuiderse planten

Heel wat mensen halen hun hart op wanneer ze op vakantie in het Zuiden de natuur in al haar glorie bewonderen: olijfbomen, palmen, vijgenbomen, ... En velen onder ons willen dat vakantiegevoel  naar eigen tuin brengen. Maar hoeveel overlevingskans heeft zo’n plant? Welke zuiderse planten kunnen ons West-Europees klimaat aan met zijn soms toch wel strenge winters? We zetten de populairste en sterkste soorten voor jou op een rijtje.

De olijfboom (Olea Europaea) is een van de bekendste zuiderse planten. In Italië, Spanje en Zuid-Frankrijk vind je ze met massa’s en in alle vormen en soorten. Ook bij ons zijn olijfbomen de laatste jaren erg populair. Sommige mensen houden van de dikke, geknotte, eeuwenoude exemplaren, anderen zien dan liever de strak geschoren bolvormpjes. Ook de vruchten spreken erg veel mensen aan. Olijfbomen dragen hun vruchten op tweejarig hout, en ook in ons klimaat dragen de meeste bomen volop vruchten. Olijven zijn echter niet zomaar eetbaar: ze moeten een lang proces van pekelen ondergaan, iets voor de echte keukenprinsen en –prinsessen. Vogels lusten olijven wel rauw: als je ze lang genoeg aan de boom laat hangen, verdwijnen de vruchten als vanzelf…

Helaas bestaan er nogal wat misverstanden over de winterhardheid van olijfbomen, waardoor er bij strenge winters (zoals die van 2012) nogal wat exemplaren gesneuveld zijn. Vooral jongere boompjes zijn vorstgevoelig. Als je ze in een pot houdt, breng je ze best naar een koele, (bijna) vorstvrije plaats zodra de temperaturen enkele graden onder het vriespunt daalt. Als de temperatuur weer in de buurt van het nulpunt komt, haal je ze best weer buiten. Let wel op dat de boompjes voldoende licht hebben, als ze gedurende langere tijd in een donkere plaats staan, zullen ze zowat al hun bladeren verliezen.

 Zware, wat oudere bomen zijn beter bestand tegen wat strengere vorst, maar zodra het echt hard gaat vriezen, neem je toch best je voorzorgen. De boom inpakken met stro en vliesdoek is ideaal, op die manier verstik je de boom niet. Let op met plastic of noppenfolie: de boom kan hierdoor niet ademen, waardoor je snel schimmels krijgt. Ook door de condens die ontstaat, kan de vorstschade groter worden. De beste oplossing is misschien wel om de boom met een warmtedraad te omwikkelen voor je hem inpakt. Als alternatief kan je eventueel kerstverlichting gebruiken. Hoe grappig het ook klinkt, het is wel efficiënt:  de warmte die de (led-)lampjes afgeven, is in combinatie met een vliesdoek vaak voldoende om de boom te beschermen.

Erg populair zijn ook Palmen. De sterkste soort voor in ons klimaat is de Chinese waaierpalm (Trachycarpus Fortunei). Deze traaggroeiende palm met mooie, diep ingesneden, waaiervormige bladeren is erg sierlijk in de border, aan de rand van een vijver of naast het terras. Het is een palmsoort die zeer exotisch aandoet, maar het toch nog behoorlijk goed doet in ons klimaat. De eerste jaren heeft hij bij strenge winters wat extra bescherming nodig, maar na enkele jaren kan hij op een wat beschutte, van het noorden afgeschermde plaats zonder extra bescherming de winter door. De Trachycarpus stelt weinig eisen aan de bodem. Geef hem het eerste jaar na aanplanten geen extra meststoffen, dan gaan de wortels diep genoeg de grond in. De boom groeit in het begin heel langzaam, maar na enkele jaren kan hij tot 30cm per jaar groeien. De onderste bladeren snoei je best pas weg als ze beginnen te verdrogen. Wie wat geduld heeft kan dus een echte palm van verschillende meters hoog in z’n tuin houden!

Ook in pot kan je de Trachycarpus goed houden, als je rekening houdt met enkele basisregeltjes. Zorg in elk geval voor een pot die groot en vooral hoog genoeg is, en gebruik voldoende en goeie potgrond. Zorg er ook voor dat de palm tijdens de zomermaanden voldoende water krijgt. Omdat het een zuiderse plant is, menen veel mensen dat ze weinig water nodig hebben, maar voor een potplant gaat dat dus niet helemaal op. In de natuur gaan de wortels diep in de grond op zoek naar water, in een pot lukt dat niet. Wanneer de plant regelmatig te droog staat, zullen de bladeren wat gelig verkleuren. Geef ook regelmatig wat extra meststof (gedroogde koemest of een langzaam werkende samengestelde meststof). Jonge potplanten beschut je best in de winter, maar ook zwaardere planten in pot bescherm je best aan de wortel. Wie voor het planten de pot langs binnen bekleedt met isolatie of piepschuim, heeft in elk geval een goeie voorsprong.

Een nieuwe soort palm is de Trachycarpus Wagnerianus (foto). Deze lijkt sterk op de Trachycarpus Fortunei, maar groeit nog trager en compacter, en is dus nog beter geschikt voor een kleine tuin of voor in pot. Het blad is iets kleiner en steviger, waardoor het ook na stevige wind of inpakken in de winter mooi blijft. Deze soort is zelfs nog iets sterker dan de Fortunei, en zou nog enkele graden meer vorst kunnen verdragen. De verzorging is verder gelijkaardig, al is deze soort nog minder kieskeurig qua grond. Een aanrader!

Ook vijgenbomen (Ficus carica) zijn erg populair. Met hun grote, diep ingesneden bladeren en grillige stamvorm passen ze zowat in elke tuin. De meeste soorten dragen ook in ons klimaat lekkere, zoete vijgen, al hangt een en ander af van het weer. In de Zuiderse landen wordt meestal twee keer geoogst, een keer voor en een keer na de zomer. Bij ons zal het van de strenge winterperiodes afhangen of de plant twee keer vruchten draagt. De jonge vijgjes worden al gevormd in het najaar, en vaak vriezen deze af bij een strenge winter. In het voorjaar moet de vijgenboom dan opnieuw opstarten, waardoor de eerste oogst meestal pas in september-oktober valt. Hoe beter de (na)zomer is, hoe meer vruchten er zullen rijpen. Wie vijgen houdt voor de vruchten kan het best kiezen voor de soort ‘Leon De Vos’, deze soort draagt makkelijk en erg veel  zoete vruchten. Zorg sowieso voor een zonnige, wat beschutte plaats. De meeste vijgen zijn wintervast op een beschutte plaats, al kan je bij zeer strenge vorst de plant beter wat beschermen, zodat de takken niet invriezen.

Minder bekend, maar behoorlijk winterhard is de Kaki of Sharonvrucht (Diospyros kaki - foto). Deze bladverliezende, wat op een appelaar gelijkende boom bloeit in het voorjaar, en draagt geel-oranje vruchten in het najaar. De vruchten blijven aan de boom hangen tot lang nadat het blad gevallen is, wat voor een prachtig schouwspel zorgt. Zorg ervoor dat de vruchten goed zacht en rijp zijn, pas dan zijn ze heerlijk zoet. Zelfs nachtvorst bevordert de rijping van de vruchten, meestal worden ze de eerste helft van november geplukt. De vruchten zelf hebben geen pitten, mogen met schil en al gegeten worden, en zitten tjokvol vitamines.

De lijst met zuiderse planten is helaas groter dan de plaats op deze pagina. Wat dacht je van de Japanse vezelbanaan (Musa Basjoo),  Granaatappel (Punicum granatum) of Perzische slaapboom (Albizia Julibrisin - foto)? We bespreken ze een volgende keer. In elk geval: met de juiste verzorging zijn er dus toch wel enkele zuiderse planten die een West-Europees klimaat aankunnen!

Dries De Pauw

 Eikerheide 8 – Wintam-Bornem

Geschreven door Flor op 08/07/13

Deel deze tuintip.




Meer tuintips thuis ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.