logo
logo

Eigen plant eerst? Over exoten en inheemse planten.

De laatste jaren wordt het aanplanten van inheemse bomen en struiken enorm gestimuleerd, vaak zelfs verplicht. Het aanplanten van ‘exoten’ wordt dan weer afgeraden, of zelfs verboden. Maar is die zwart-wit indeling van ‘goede inheemse planten’ versus ‘slechte exoten’ wel helemaal terecht? Zoals vaak, is de waarheid een pak genuanceerder…

Exoten: een negatief imago

Exoten hebben soms een negatief imago, maar vaak is dat onterecht. Meer dan 99% van de exoten die courant gebruikt worden in onze tuinen, parken en bossen is volledig onschadelijk, en in de meeste gevallen zelfs een meerwaarde voor de biodiversiteit. De echte boosdoeners zijn de invasieve exoten. Dat zijn planten die al dan niet moedwillig meegebracht zijn uit andere werelddelen, en zo sterk aangroeien, dat ze een bedreiging zijn voor de lokale flora. Een van de bekendste voorbeelden is de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica - foto). Deze gigantisch snel groeiende, woekerende plant verdringt alles wat in zijn weg staat, en is bijzonder moeilijk uit te roeien. Hier is het overduidelijk, zulke planten horen hier niet thuis. Maar dat blijft dus een minderheid.

  

Wanneer is een plant nu precies inheems of uitheems?

De definities liggen soms wat uit elkaar, maar de consensus is dat een inheemse plant een plant is die hier sinds de laatste ijstijd –een goeie 10.000 jaar geleden- op eigen kracht, zonder invloed van de mens is beland. Maar net bij die grens wringt wat mij betreft het schoentje. Waarom precies die grens? 10.000 jaar is slechts een fractie van de totale tijdsspanne waarin planten op aarde groeien. Uit fossielenonderzoek blijkt bovendien dat de variatie van planten en bomen voor die ijstijd veel  ruimer was, en dat hier toen ook bijvoorbeeld Magnolia (foto 1), Ginkgo (foto 2) en Rhododendron groeiden, planten die nu wel nog van nature voorkomen in Azië en Amerika, maar hier als exoten worden beschouwd.

  

Hoe komt het dan dat de variatie aan planten ginder zo veel groter is dan hier? Wel, dat heeft te maken met een geologisch toeval. In Europa lopen de grootste bergketens van oost naar west, terwijl dat elders veeleer van noord naar zuid is. Het resultaat is dat een ijstijd er ginder voor zorgt dat er een terugdringing is van de flora naar het zuiden. Maar na zo’n ijstijd, is er de omgekeerde verschuiving, en komen dezelfde planten terug in noordelijke richting. De planten die zich in Europa tijdens zo’n ijstijd moesten terugtrekken, werden tegenhouden door bergketens, waardoor ze de facto uitstierven. Wanneer de ijstijd dan weer wegtrok, waren het slechts de sterkste overlevers en de meest ‘invasieve’ planten die opnieuw voet aan de grond kregen. En dat zijn wat we nu onze inheemse planten noemen. Het is dus allemaal iets genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld.

Ook uitheemse soorten hebben hun voordelen

Wil dat nu zeggen dat ik voorstander ben om onze bossen vol te planten met exoten? Nee, zeker niet. Integendeel, ik ben ervan overtuigd dat een inheems gemengd loofbos met eiken, elzen, wilgen,… veel waardevoller is dan een strak aangeplant Canadapopulierenbos. En ik ben ook van mening dat een gemengde inheemse haag perfect thuishoort tussen onze velden en weides. Maar het verhaal voor onze tuinen, straten en (stads)parken is volgens mij wel anders dan veel overheden en natuurorganisaties ons willen doen geloven. Ik ben er sterk van overtuigd dat uitheemse planten daar een echte meerwaarde kunnen zijn, voor mens en natuur. Waarom zou een haag van pakweg Portugese laurier (foto 1), olijfwilg (foto 2) of steeneik minderwaardig zijn aan een van meidoorn of veldesdoorn? Het bladhoudende aspect is bij het overgrote deel van de inheemse planten afwezig, terwijl dat in onze steeds kleinere wordende tuinen net een troef is, niet enkel voor de mens, maar ook voor vogels en andere dieren, die er in de winter beschutting in vinden.

   

En wat met het enorme aanbod aan bloeiende vaste planten en heesters die veelal hun oorsprong in Azië vinden? Hun kleurenpracht is niet enkel erg mooi voor ons, maar ook bijen en vlinders profiteren hier ten volle van. Exoten als Helleborus, Verbena (foto 1) of Caryopteris (foto 2) zorgen ervoor dat bijen nectar kunnen verzamelen op een moment dat er op inheemse platen geen bloem te vinden is.

  

In de strijd tegen klimaatopwarming

Ook het argument dat inheemse planten sterker zijn, en beter bestand zijn tegen ziektes is onjuist. Zo vallen bijvoorbeeld inheemse eiken ten prooi aan de processierups, waar Amerikaanse eiken hier wel resistent tegen zijn. En wat met de klimaatverandering? Inheemse bomen als hazelaar, lijsterbes en zelfs beuk hebben erg te lijden gehad van de voorbije droge zomers, terwijl  vijgenbomen of Albizia’s (foto) zich wel in hun nopjes voelen. Een aangepast aanplantingsbeleid –met exoten- kan zorgen voor meer en sterker groen, en zo mee de klimaatopwarming tegengaan.

  

Het mag duidelijk zijn: het is geen makkelijk verhaal. Ik begrijp volledig dat er in natuurgebieden wordt gestreefd naar een zo inheems mogelijke beplanting. Voor onze tuinen, straten en (stads)parken daarentegen kunnen uitheemse bomen en planten een echte meerwaarde zijn, zowel voor mens als natuur. Enkel de echt invasieve exoten moeten we vermijden. Tenslotte is niet de herkomst van een plant of boom belangrijk, maar wel hoe en waar die gebruikt wordt.

Geschreven door Dries op 23/09/19

Deel deze tuintip.




Meer tuintips thuis ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.