logo
logo

Dakbomen

Een natuurlijke parasol voor de zonnige zomermaanden!

Een dakboom is een boom waar de takken in parasolvorm geleid en gesnoeid zijn. Zo’n parasolboom past eigenlijk in zowat elke tuin. Plant hem op de juiste plaats, en hij vormt een natuurlijke parasol die zorgt voor een verkoelende schaduw tijdens warme zomerdagen. In de winter en vroege lente laat een bladverliezende dakvorm dan wel weer zon en licht door. In een stadstuin kan hij inkijk van bovenaf beperken, terwijl hij in een moderne tuin met zijn strakke vorm dienst kan doen als structuurelement.

De dakplataan (Platanus acerifolia) is veruit de bekendste dakboom, en een van de aangenaamste bomen om onder te zitten in de zomer. Met zijn grote, frisgroene, ingesneden bladeren zorgt hij voor een aangename schaduw en een zuiderse sfeer. De grijsbruine schors van de stam schilfert af, waardoor sierlijke geelgroene vlekken ontstaan. Platanen zijn vooral geschikt om brede dakbomen te maken, want ze groeien redelijk snel. Dit is misschien wel hun grootste nadeel, doordat ze snel groeien, moeten ze minstens twee keer per jaar bijgesnoeid worden. Tijdens het snoeien in de zomer geven de bladeren een wat irriterende stof af, wat even vervelend kan zijn, maar dit merk je niet als je gewoon onder de boom zit. De variëteit ‘Alphen’s Globe’ groeit trager, vraagt wat minder onderhoud, en is beter geschikt voor kleinere tuinen.

De dakmoerbei (Morus platanifolia) heeft dezelfde zuiderse uitstraling als een dakplataan, en wordt ongeveer even groot. Deze boom groeit van nature uit al parasolvormig, met breed opengroeiende takken, waardoor hij ook als natuurlijke boom geschikt is voor het creëren van een schaduwplekje. Als dakboom vraagt hij wat minder onderhoud dan een dakplataan. Normaalgezien wordt de variëteit ‘Fruitless’ gebruikt: deze geeft nauwelijks vruchten, en diegene die erop komen rijpen niet uit, waardoor er ook geen plekken op het terras of de tuinmeubelen komen. Een aanrader!

Wat minder bekend als parasolboom is de amberboom (Liquidambar styracflua ‘Worplesdon’). Deze wordt de laatste jaren veel gebruikt als lei- of schermboom, maar is ook erg geschikt als dakboom. Het is geen snelle groeier, waardoor hij weinig onderhoud vraagt, maar het duurt wel wat langer voor hij volledig dichtgegroeid is. Met zijn wat kleinere, handvormig ingesneden blad zorgt hij voor een aangenaam gefilterd licht. In het najaar verkleurt het blad prachtig met tinten van scharlakenrood tot oranjegeel.

Ook een moeraseik (Quercus palustris) is erg geschikt als dakboom. De donkergroene, diep ingesneden bladeren laten het zonlicht gedeeltelijk door en zorgen voor een aangename, speelse schaduw. De takken zijn stevig, maar hangen op het uiteinde lichtjes door. In het najaar verkleurt het blad eerst dieprood, later roodbruin. De droge bladeren blijven hangen tot een eind in de winter en ritselen wanneer het dan waait.

Een Ginkgo biloba (Japanse notenboom) wordt als vrij groeiende boom erg groot, maar als dakboom is het een eerder langzame groeier, waardoor hij weinig onderhoud vraagt. De bijzonder gevormde bladeren zijn tijdens de zomer lichtgroen, maar verkleuren lichtgeel in het najaar. Dit is een van de oudste boomsoorten ter wereld, en de bladeren worden gebruikt voor geneeskrachtige doeleinden.

Wie graag met kleuren in de tuin werkt, kan een Prunus cerasifera Nigra (Paarse sierpruim) als dakboom aanplanten. In het vroege voorjaar bloeit hij met een massa witroze bloempjes, daarna verschijnen de roodpaarse bladeren. De bladeren zelf zijn niet erg groot, waardoor de schaduw eerder beperkt blijft. Erg mooi in moderne tuinen, of in combinatie met een witte muur of witte keien.

Wanneer planten?

Wil je aanstaande zomer al  genieten van een parasolboom, dan plant je deze best al aan in het najaar of vroege voorjaar. Bomen uit volle grond kun  je vanaf november tot begin april planten. Sommige bomen zijn ook uit pot verkrijgbaar, en kunnen heel het jaar door geplant worden, al is de prijs dan meestal iets duurder.

Hoe planten?

Er zijn verschillende manieren om een dakboom aan te planten. Zorg in elk geval voor een grote plantput en een ruime hoeveelheid planthumus. Meestal wordt er één centrale steunpaal gezet, vlak tegen de stam. Hier wordt de boom aan vastgemaakt, en ook de uiteindes van het dakwerk worden met een touw aan de steunpaal verbonden. Met 4 steunpalen werken kan ook, deze kunnen dan op ongeveer een halve meter van de stam gezet worden, en het dakwerk kan dan hierop  rusten. Wie meerdere dakbomen zet, kan ook zonder steunpalen werken door het dakwerk van de bomen met elkaar te verbinden met bijvoorbeeld bamboestokken. Op die manier houden de bomen elkaar recht, en wordt een natuurlijke pergola gemaakt.

Hoe en wanneer snoeien?

Snoeien van een dakboom doe je best in de winter: alle opgaande takken worden teruggesnoeid, zodat enkel de horizontale takken blijven. Voor een strak effect kunnen de grootste opgaande takken ook in de loop van de zomer weggesnoeid worden, zeker bij snelgroeiende soorten zoals bv. plataan.

Dries De Pauw

Geschreven door Dries op 12/03/15

Deel deze tuintip.




Meer tuintips thuis ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.