logo
logo

Cornus: elke tuin verdient er één!

De Kornoelje (Cornus in het Latijn) is een geslacht dat bestaat uit een dertigtal verschillende soorten. Sommige soorten dragen prachtige bloemen of bessen, andere hebben sierlijke takken, en nog andere soorten hebben een mooie herfstverkleuring. Een ding staat vast: het zijn nagenoeg allemaal topplanten, en elke tuin zou minstens één soort moeten hebben. Een overzichtje van enkele van de mooiste soorten.

In het vroege voorjaar is het vooral de gele kornoelje (Cornus mas) erg opvallend. Al van in februari verschijnen er kleine, maar opvallend gele bloempjes aan de verder nog kale takken. De plant begint al te bloeien tijdens een zachtere periode in de winter, maar ook als het daarna opnieuw vriest, blijven de bloempjes er op. Bij zonnig weer is het een ideale waardplant voor de eerste bijen en hommels. In september verschijnen er op de struik donkerrode bessen, die zich erg goed lenen tot het maken van confituur. Om vers te eten zijn ze wat te wrang, maar vogels zijn er wel dol op. De gele kornoelje is een inheemse, wat wildere plant, die ook erg geschikt is in houtkanten of wilde hagen. Hij vraagt een eerder kalkrijke grond, en stelt verder weinig eisen aan de grond.

De Japanse kornoelje (Cornus Kousa) is een van de mooiste planten voor in de tuin. Tijdens de maanden mei-juni bloeit hij met een massa grote, witte bloemen. Vaak is de bloei zo overweldigend, dat de bladeren bijna verdwijnen tussen de bloemen. Aan het einde van de zomer worden ook de bessen rijp: heel de struik hangt dan vol met knalrode, lychee-achtige vruchten. Ook deze zijn eetbaar, al is de smaak wat aan de platte kant. Natuurlijk vinden vogels ook deze soort lekker. In het najaar verkleuren de bladeren bloedrood, wat maakt dat deze struik heel het jaar rond een meerwaarde is. Er zijn verschillende variëteiten beschikbaar: ‘China Girl’ is wat slanker opgaand, ‘Milky Way’ en ‘Schmetterling’ groeien wat breder uit. De variëteit ‘Venus’ heeft opvallend grote bloemen, tot wel  15cm groot. ‘Satomi’ is een buitenbeentje en heeft zachtroze bloemen. De Japanse kornoelje is een langzame groeier, die weinig snoei of onderhoud nodig heeft. Hij verlangt een zonnige plaats en een niet al te natte, humusrijke en eerder zure grond.

De witte kornoelje (Cornus alba ‘Sibirica) heeft een ietwat misleidende naam, die hij te danken heeft aan de witte bloempjes die erop komen in het voorjaar. Toch ligt daar zijn sierwaarde niet. De bladeren van de struik verkleuren mooi rood in het najaar, maar de grote sierwaarde ligt in de rode takken. Vooral in de winter, als alle bladeren gevallen zijn, springen de knalrode twijgen in het oog. De jonge takken zijn het felst gekleurd, wie dus veel rode takken wil houden, snoeit de struik best fors terug op het einde van de winter, zodat elk jaar voldoende jonge, rode scheuten verschijnen. Het is een makkelijke plant die op zowat elke niet al te droge grond groeit.

De Canadese kornoelje Cornus sericea ‘Kelsey’s Dwarf’ heeft net als de ‘Sibirica’ onopvallende witte bloempjes en rode twijgen. Deze variëteit is voller vertakt en blijft kleiner, niet veel hoger dan een halve meter. Omdat hij weinig eisen stelt aan de grond, is hij perfect te gebruiken als vakbeplanting of als bodembedekker.

De takken van de rode kornoelje (Cornus stolonifera ‘Winter Beauty’ of ‘Midwinter Fire’) zijn dan weer niet echt rood, maar eerder vlammend oranje. Qua groei en onderhoud is deze variëteit gelijkend op de Sibirica, maar de takken zijn iets fijner en nog iets feller van kleur. Vooral als het sneeuwt zorgt dit voor prachtige kleurschakeringen.

Een buitenbeentje is de dwergkornoelje (Cornus Canadensis). Dit is geen houtachtige heester, zoals de Cornussoorten hierboven, maar een laagblijvende vaste plant die gedeeltelijk wintergroen is. Ook deze soort bloeit met sierlijke witte bloemen in de late lente. Na de bloei komt er op de plaats van elke bloem een trosje met groene besjes, die in het najaar opvallend rood verkleuren. Ook deze zijn eetbaar, al komen ze het best tot hun recht in confituur. Het is een erg mooie en aparte bodembedekker, maar plant hem wel op de juiste plaats: een lichte maar beschaduwde plaats en in een voldoende zure, humusrijke grond. Voeg bij het aanplanten in elk geval voldoende heidegrond of turf toe.

Dries De Pauw

Geschreven door Dries op 16/03/16

Deel deze tuintip.




Meer tuintips thuis ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.