logo
logo

Algemene planttips

Succesvol tuinieren is makkelijk!

Enkele waardevolle tips bij het aanplanten van bomen en struiken

Mensen denken vaak van zichzelf dat ze niet goed kunnen tuinieren, dat ze geen ‘groene vingers’ hebben. Het aanplanten van bomen en struiken is nochtans minder moeilijk dan vaak wordt gedacht. Er zijn een aantal belangrijke basisprincipes waar u rekening mee moet houden, en als u die volgt, is succes nagenoeg gegarandeerd.

Vooraleer te planten:

Of uw planten goed gaan groeien hangt eerst en vooral af van de kwaliteit van uw planten. Let bij de aankoop op of de planten er gezond uitzien en een goed wortelgestel hebben.

  • Planten en bomen die in pot gekweekt zijn kunnen het hele jaar door geplant worden. Let op dat de plantkluit vóór het planten vochtig genoeg is, bij twijfel dompelt u best de hele plantkluit een minuutje onder in een kuip water, dit is veel efficiënter dan achteraf te gieten.
  • Planten en bomen met blote wortel kunnen enkel verplant worden wanneer ze in rust zijn: voor de meeste planten is dit van november tot begin april, en niet tijdens periodes met strenge vorst of sneeuw. Let erop dat de wortels nooit uitdrogen. Enkele minuten in felle zon of uitdrogende wind kan al nefast zijn! Dek de planten af met een zeil bij het transport in een open aanhangwagen, en laat ze nooit in de zon of wind liggen. Wanneer ze niet onmiddellijk geplant kunnen worden, graaft u ze best tijdelijk in. De wortels moeten hierbij volledig bedekt zijn met grond. Bij droog weer en in droge grond kan u na het ingraven de planten aangieten. Voor kortere tijd kan u de planten ook bewaren in een koele, vochtige omgeving, eventueel afgedekt met een zeil of vochtig deken. U kan de wortels lichtjes bevochtigen met een sproeier, let wel op dat u de restanten grond die nog aan de wortels hangen niet wegspoelt: deze bevatten mycorrhiza die vaak noodzakelijk zijn voor de (her)groei.

Grondvoorbereiding:

Maak de aan te planten grond onkruidvrij. Graaf een put – of voor haagplanten een geul - die voldoende breed en diep is: 

de stelregel hierbij is dat de omvang van de put ruim genoeg moet zijn zodat de wortels er vlot in passen, met voldoende extra ruimte onderaan en opzij van de wortels. Zorg er ook voor dat de grond onderin de put goed losgewerkt is: de ondergrond dient altijd goed doorlatend te zijn 

en mag nooit hard en ondoordringbaar zijn. Meng de uitgegraven grond altijd met een ruime hoeveelheid planthumus en eventueel een lichte dosis organische meststof. Bespaar in elk geval niet op het onderwerken van planthumus of compost! Dit is iets wat u maar één keer kan doen, en het heeft jarenlang een invloed op de groei en sterkte van de planten, op de weerstand tegen insecten en parasieten en op de waterhuishouding.

Let extra op bij grond die met zwaar materiaal is bewerkt of bij aangevoerde grond, deze is vaak van minderwaardige kwaliteit. Zorg hier zeker voor voldoende planthumus, en bewerk de grond voldoende diep. Harde onderliggende lagen moeten doorbroken worden, zodat bij droogte vocht uit de ondergrond kan opstijgen, en bij natte periodes het water in de ondergrond kan sijpelen. Eventueel kan u extra ‘agrosyl’ toevoegen, dit is een meststof die de circulatie van het bodemleven bevordert.

Bij zeer zware en natte gronden kan u ‘perliet’ toevoegen. Dit is een bodemverbeteraar die de grond luchtiger maakt.

Bij zeer droge gronden voegt u dan weer best ‘bentoniet’ toe, een soort klei die de bodem zwaarder maakt, en een groot wateropnemend vermogen heeft.

Let op met verse, onvoldoende verteerde compost, stalmest en chemische meststoffen. Deze kunnen voor verbranding van de wortels zorgen!

Het aanplanten:

Breng de planten in de plantput of -geul en voeg er gelijkmatig de verbeterde grond aan toe. Let op voor grote brokken grond, deze maakt u best eerst wat fijner, zodat de grond goed tussen de wortels kan komen. Zorg ervoor dat de planten zo diep zitten als ze op de kwekerij zaten: wanneer planten te diep geplant worden, krijgen de wortels onvoldoende zuurstof, wat nefast kan zijn. Bij blotewortelplanten en -bomen kan u de planten nog heel lichtjes even optrekken, zodat de grond zich goed kan verspreiden tussen de fijne worteltjes.

Druk de grond na het planten goed aan, maar let op dat u dat niet tè hard of veelvuldig doet, zeker op zwaardere gronden en/of bij nat weer. Bij droog weer, en zeker op zandgronden, giet u best de planten na het aanplanten één keer goed aan, met voldoende water en een stevige straal, zonder sproeiroos.

Bij bomen zet u best altijd een paal, bij zeer zware bomen zelfs twee of drie. Zet de paal bij voorkeur aan de kant van waar de wind het felst kan waaien, meestal is dat het zuidwesten. Probeer de paal zo dicht mogelijk bij de stam te plaatsen, zonder daarbij de wortels te beschadigen. De boom bevestigen kan met 2 of 3 elastische of verstelbare boombanden. Gebruik nooit koord, ijzerdraad of ander materiaal dat kan snijden of ingroeien.

Na het planten:

Vanaf april en bij droger weer is het belangrijk de planten en bomen regelmatig aan te gieten. Dagelijks gieten is zelden een goed idee, beter is het om minder frequent te gieten (bv. 1 à 2 keer per week), maar met voldoende water. Veel mensen hebben problemen met het inschatten van hoeveel water planten nu precies moeten hebben, en het is niet makkelijk om hier een eenduidig antwoord op te geven. Op droge, zanderige gronden waar het water goed in doordringt is het belangrijk voldoende te gieten, terwijl op natte, zwaardere gronden er soms een te veel aan nat is. Bij twijfel kan u het best een putje graven enkele uren na het gieten, vlak naast de planten en een 20-tal centimeter diep: is de grond daar nog steeds droog, dan hebt u onvoldoende gegoten, is de grond kletsnat, dan is de kans groot dat u te veel water gegeven hebt. Idealiter is de grond licht vochtig. Let op met wanneer de grond schuin afloopt of wanneer de grond aangehoogd is rond de planten. Graaf eventueel een klein geultje of dijkje zodat het water even kan blijven staan, zodat het de grond kan indringen vlakbij de boom of struik.

Van zodra de planten en bomen beginnen te groeien (april-mei) kan u meststof bijgeven. Kies voor een goeie organische meststof of voor een goed uitgebalanceerde samengestelde meststof (bv. Floranid Permanent). Respecteer de correcte dosis, en let op met meststof met een hoog gehalte aan snelle stikstof (bv. blauwe korrel), dit kan tot verbranding leiden. Geef geen meststof meer vanaf het einde van de zomer.

Het snoeien van planten en bomen gebeurt vaak best kort voor of na het planten, maar is eigenlijk afhankelijk van de soort en van de snoei die de boom of struik al gekregen heeft op de kwekerij. Hiervoor vraagt u best specifiek advies aan uw vakman.

Dries De Pauw

Tuinplantencentrum De Pauw

Geschreven door Flor op 15/09/13

Deel deze tuintip.




Meer tuintips thuis ontvangen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.